Main menu

Een uitgebreid gesprek met Minister Jo Vandeurzen

zondag, 26 juni, 2016
Een uitgebreid gesprek met Minister Jo Vandeurzen

Zaterdag verscheen in het Belang van Limburg een uitgebreid gesprek van 'Dewitte & Donckier' met minister Jo Vandeurzen. Hieronder kan je het integrale interview lezen.

 

We zullen wel zien wat de Raad van State zegt. Is het terug naar af met de Noord-Zuid en er gaan stemmen op om die verbinding alsnog te realiseren met een nooddecreet, dan zal de CD&V dat niet tegen houden. Dat nooddecreet moet dan wel juridisch helemaal sluitend zijn. Anders zitten we opnieuw met dezelfde problemen”, zegt minister Jo Vandeurzen, die in het interview ook uitdrukkelijk pleit voor een integrale uitvoering van het volledige Spartacus-plan.

Jo Vandeurzen (CD&V) is minister in de Vlaamse regering-Bourgeois. Samen met minister van Onderwijs Hilde Crevits heeft hij een van de dikste portefeuilles. We zouden het met hem dan ook kunnen hebben over zijn beleid als minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Over de Vlaamse Sociale Bescherming die deze week decretaal verankerd werd. Over de kinderopvang. Over de ouderenzorg. Over het gehandicaptenbeleid. Maar neen dus, we wilden het met hem hebben over Limburg. Als enige Limburger in de Vlaamse regering is hij de man waar we het meeste naar kijken om onze belangen in Brussel te behartigen. Bovendien was het vrijdag Taskforce Limburg, de halfjaarlijkse vergadering waarop een balans wordt gemaakt van het Strategisch Actieplan Limburg in het Kwadraat, kortweg SALK. 

HBVL:De conclusie van de vergadering was dat het SALK op schema zit.

Jo Vandeurzen:  Ik denk dat we dat inderdaad mogen zeggen. Van de 137 projecten die werden opgezet om het SALK op het terrein te realiseren, zijn er 15 gerealiseerd, 105 op schema, 4 in voorbereiding, 8 met vertraging en 5 afgevoerd wegens niet zinvol. Ook op het terrein beginnen we de resultaten te zien. Er zijn nu in Limburg minder werklozen dan voor de sluiting van Ford en het aantal vacatures neemt toe. Wanneer we dat allemaal op een rij zetten, dan kunnen we spreken van een goed resultaat. Ondanks het feit dat de economische conjunctuur niet de allerbeste is.”

HBVL:Met dank aan de Vlaamse regering.

Jo Vandeurzen:  “Uiteraard is dat in eerste instantie te danken aan de Limburgse ondernemingen. Maar inderdaad, de Vlaamse regering heeft ten volle haar verantwoordelijkheid opgenomen ten opzichte van onze provincie. In Limburg ervaren we het SALK en de middelen die de Vlaamse regering daarvoor uittrekt als vanzelfsprekend. In Brussel en in de andere provincies is dat allerminst het geval. Het SALK was een project van de vorige Vlaamse regering-Peeters. Vorig jaar was er een politieke evaluatie van het SALK door de huidige Vlaamse regering-Bourgeois. Die was positief. Het hield in dat ook de huidige Vlaamse regering zich engageert om het SALK volledig uit te voeren. Dat deed ze o.a. door een hele reeks EFRO-dossiers goed te keuren, waardoor er Europese en opnieuw Vlaamse middelen vrijkomen voor de economische en sociale ontwikkeling van Limburg. Met die middelen kunnen we bijvoorbeeld EnergyVille en het ThorPark in Waterschei en de lifescience-campus in Diepenbeek verder uitbouwen. Maar dit is niet vrijblijvend.” 

HBVL:Wat bedoelt u hiermee?

Jo Vandeurzen:  Voor wat hoort wat. De financiële middelen die we extra krijgen van Brussel, moeten zorgen voor resultaten op het terrein. We moeten leveren. De cijfers tot nu zijn goed. Maar we zijn er nog niet.

HBVL:Moeten we een tandje bijsteken?

Jo Vandeurzen:  Het SALK was bedoeld om het DNA van de Limburgse economie te versterken met de nadruk op innovatie en internationalisering. De middelen om daartoe te komen, zijn uitgerold. Ik denk dan aan de versterking van onze universiteit en hogescholen, aan de incubatoren, aan de campussen, aan de nodige financiële middelen. Ik ben met een paar buitenlandse missies mee geweest. We zijn dan op het moment zelf altijd onder de indruk van wat ze daar allemaal doen. Maar wanneer we terug in het hotel zijn en de evaluatie maken, stellen we vast dat wij dat ook allemaal doen en soms zelfs beter. We hoeven geen tandje bij te steken. Wat we wel moeten doen, is alles wat we hebben met elkaar verbinden en doen samenwerken om tot nog betere resultaten te komen. Ik heb het dan over de universiteit en de hogescholen, de kenniscentra en incubatoren, de VDAB en de werkgeversorganisaties, de lokale besturen.”

HBVL: Wie zou dat kunnen doen?

Jo Vandeurzen:  Ik denk dat hier een belangrijke rol is weggelegd voor de provincie. We kunnen natuurlijk blijven zeuren over de zin en onzin van de hervorming van de provincies. Het heeft geen zin, het is beslist. De provincies hebben in hun nieuwe taakstelling een belangrijke rol te spelen inzake werk en economie. Ik denk dat de provincie de verbindingen kan maken om zo te komen tot een mobiliserend project waarmee we het verschil maken.  

Ik heb begrepen dat Erik Gerits, de bestendig afgevaardigde voor economie, daarmee bezig is. Het moet een uitdaging zijn voor de hele deputatie. Want het is niet omdat de provincies de bevoegdheden inzake welzijn, onderwijs en cultuur verliezen, dat ze daar niet meer op zouden kunnen zetten. Binnen het grote kader van werk en economie is veel mogelijk en we kunnen echt nog investeren in de kwetsbaarheden in de Limburgse samenleving. Dat kan ook omdat LRM het zo goed doet en de LSM belangrijke dividenden krijgt van LRM. Daarnaast moeten we ook beter communiceren. In Limburg weet men nog te weinig wat het SALK betekent voor onze economie, laat staan buiten onze provincie.”

HBVL: Een dossier waarin de Vlaamse regering binnenkort een beslissing moet nemen, is dat van de herbestemming van het Ford-terrein. Hoe ziet u die herbestemming.

Jo Vandeurzen:  Ik wil eerst dit zeggen. Het is niet aan mij om te zeggen wat andere ministers in de Vlaamse regering moeten doen en nog minder om voorafnames te doen op hun beslissingen. Wat ik wel kan zeggen, is dat collega Philippe Muyters bijna rond is met zijn masterplan. We weten allemaal dat het de vraag van een miljoen is: kunnen we bedrijven hier houden en kunnen we nieuwe bedrijven aantrekken in de maakindustrie? Voor de verdere economische ontwikkeling van onze provincie is dat belangrijk. Daarvoor hebben we een aantal troeven. We hebben de mensen, de opleidingen, de terreinen, kenniscentra en we zijn een ontwrichte zone, wat fiscale voordelen oplevert voor bedrijven die hier al zijn of komen en nieuwe mensen aanwerven. Een campus voor slimme maakindustrie is een bijkomende troef.”

HBVL: Zegt u nu dat LRM een deel van het Ford-terrein mag ontwikkelen.

Jo Vandeurzen:  Neen, dat zeg ik niet. Collega Muyters heeft op de taskforce een omstandige uitleg gegeven over de stand van zaken van het masterplan rond de Ford-terreinen. Dat wordt nu in overleg met de Scheepvaart en de stad Genk gefinaliseerd. Er zal voor een deel van het terrein zeker een marktbevraging komen. Ik hoop dan ook dat de LRM actief zal inspelen op die marktbevraging. Ik denk dat het belangrijk is dat het terrein ook een rol kan spelen in de innovatie in de maakindustrie.”

HBVL: U had het over de voordelen voor bedrijven in een ontwrichte zone. Probleem is dat er weinig gebruik wordt gemaakt van de voordelen.

Jo Vandeurzen:  Dat is juist. We moeten de maatregel beter bekendmaken en meer promoten.”

HBVL: Er is ook discussie over de uitbreiding van de ontwrichte zone.

Jo Vandeurzen:  Ik geef toe dat ik verrast was toen ik in de krant las dat de uitbreiding van de ontwrichte zone tot de terreinen langs het Albertkanaal ook sloeg op o.a. de Blauwe Boulevard, de helft van de Hasseltse binnenstad en Maasmechelen Village. Ik vrees dat het hier gaat om een niet bedoeld gevolg van een goed bedoelde maatregel. Ook hier zal de bevoegde minister met een voorstel naar de Vlaamse regering komen.”

HBVL: Moeten handelsactiviteiten eruit?

Daar ga ik me niet over uitspreken. Het enige wat voor ons vanuit Limburgs perspectief belangrijk is, is dat ook de incubatoren en de brownfields ( de nog te saneren industrieterreinen, red) binnen de ontwrichte zone vallen. Dat is belangrijk voor de verdere economische ontwikkeling.

HBVL: De Noord-Zuid wil er maar niet komen.

Jo Vandeurzen:  “De Noord-Zuid is cruciaal voor de toekomst van de provincie. Voor de ontwikkeling van Noord-Limburg. En om aansluiting te krijgen met Eindhoven, misschien wel het grootste kenniscentrum van Nederland. Het moet voor iedereen duidelijk zijn dat de Noord-Zuid er voor de CD&V absoluut moet komen.”

HBVL: Tijd dus voor een nooddecreet naar analogie met het nooddecreet dat het Deurgangdok mogelijk maakte. 

Jo Vandeurzen:  We hebben altijd gezegd dat we de lopende procedure doorlopen. Daarna zien we verder. We zijn als CD&V niet a priori tegen een nooddecreet om de Noord-Zuid te realiseren. Maar dat moet juridisch wel sluitend zijn. In het tegengestelde geval zitten we opnieuw met dezelfde problemen. Ik weet dat deze procedure werd gebruikt om het Deurgangdok in Antwerpen mogelijk te maken. Maar dat was toen en het was een andere situatie. Indien men een nooddecreet voor de Noord-Zuid juridisch sluitend kan maken, dan zullen wij daar zeker niet tegen zijn.”

Dat kan nog allemaal even duren. In afwachting wil men de doorstroom in Houthalen-Helchteren verbeteren. Er wordt gesproken over twee korte tunnels in Houthalen.

Jo Vandeurzen:  Wij steunen de initiatieven van collega Ben Weyts. Indien hij denkt dat korte tunnels een betere en meer duurzame oplossing zijn dan tijdelijke bruggen, dan is dat voor ons goed. Want ook na de aanleg van de Noord-Zuid zal er nog altijd verkeer zijn op de huidige verbinding. We zullen zien wat de administratie hierover zegt.”

HBVL: Twee tunnels op de huidige verbinding kan men wel zien als een voorafname: geen omleidingsweg rond Houthalen-Helchteren maar dwars door die gemeenten.

Jo Vandeurzen:  Neen. Ik heb het gezegd en ik herhaal het, voor ons moet de Noord-Zuid met omleidingsweg er absoluut komen.” 

HBVL: Een ander mobiliteitsdossier dat ondertussen al 12 jaar aansleept is het Spartacus-dossier. Een studie toont aan dat indien de sneltram niet tot het station van Maastricht doorrijdt, dit voor een aanzienlijk exploitatieverlies zal zorgen. Terug naar af.

Jo Vandeurzen:  Collega Ben Weyts is momenteel in gesprek met de Nederlanders en ik heb er alle vertrouwen in dat hij tot een goed akkoord komt. We hebben als CD&V bij herhaling gezegd dat we voor een integrale uitvoering van het Spartacusplan zijn, inclusief de drie sneltramlijnen vanuit Hasselt naar Maastricht, Genk/Maasmechelen en Neerpelt. We blijven bij dit standpunt. Het Spartacusplan is nodig voor de ontsluiting van Limburg. Over de fasering en de modaliteiten kan er wel gesproken worden.”

HBVL: Wat bedoelt u met modaliteiten? 

Jo Vandeurzen:  Er wordt bijvoorbeeld gesproken over het inzetten van trambussen in plaats van sneltrams. Voorwaarde is dan wel onder meer dat die in hoofdzaak in een eigen bedding kunnen rijden, kunnen doorrijden en vergelijkbare reistijden kunnen aanbieden. Anders zitten die tussen het gewone verkeer, is er geen enkele tijdswinst en zullen de mensen die trambussen ook niet nemen.

HBVL:Nog een Limburgs dossier waar veel discussie over is, is de uitbreiding van het logistiek bedrijf H.Essers in Genk.

Jo Vandeurzen:  Joke Schauvliege heeft de bestemmingswijziging van het gebied aan de regering voorgelegd en de regering heeft dit goedgekeurd. Ik sta voor honderd procent achter die beslissing. Iedereen heeft het recht om beslissingen van de Vlaamse regering aan te vechten en desnoods naar de Raad van State te stappen. Wat ik wel weet is dat we in het dossier-Essers voor belangrijke natuurcompensaties hebben gezorgd, meer dan wettelijk nodig. Dat hebben we trouwens ook gedaan voor de Noord-Zuid. Tweemaal hebben we gezocht naar meerwaarde in het algemeen belang. Economie en ecologie zijn belangrijk. Ik denk te mogen zeggen dat Limburg een voorbeeld is van een goede combinatie tussen economie en ecologie.

HBVL: En dan zouden we het ook nog willen hebben over de werkingssubsidies voor de kunstenorganisaties. Limburg wacht met een bang hart af.

Jo Vandeurzen:  In een interview met jullie krant heeft minister Sven Gatz gezegd dat hij rekening zal houden met een correcte regionale spreiding. Het staat ook met zoveel woorden in zijn visienota. Ik heb er alle vertrouwen in dat Sven Gatz zicht hieraan zal houden. Betekent dit dat iedereen zal krijgen wat hij vraagt? Neen, daar heeft hij iets te weinig middelen voor. Hij zal dus keuzes moeten maken.”

De favorieten van Jo Vandeurzen

Boek: “Ik ben nu het boek De vierde revolutie van John Micklethwait en Adrian Wooldridge aan het lezen. Ze leggen daarin uit wat overheden moeten doen om succesvol te zijn. Romans lees ik enkel tijdens mijn vakantie. Ik vond De slinger van Foucault van Umberto Eco heel leuk. Het hele boek lang gaat het over complottheorieën, op het einde blijkt daar geen sprake van te zijn.”

Vakantie: “Dit jaar ga ik samen met een heel aantal bevriende koppels, onder wie Wim Dries en Bruno Angelo, naar Calabrië, helemaal in het zuiden van Italië. We gaan er allerlei zaken bezoeken. Neen, de kinderen gaan niet mee. We hebben ons voorgenomen om volgens jaar wel nog eens met het hele gezin vakantie te vieren. Citytrippen doe ik niet. Wanneer ik tijd heb, ga ik graag een weekend naar Koksijde.”

Eten: “Ik kan absoluut niet koken. Het enige wat ik kan, is barbecueën. En dan nog, want ook hier raak ik niet verder dan het vlees omdraaien. De Italiaanse keuken vind ik lekker want licht. Het liefste wat ik eet zijn schaaldieren. Deze week heb ik samen met mijn zoon Toon, na zijn examens, op een terras een steak tartaar gegeten en ook dat was heel lekker.”

Muziek: “Ik luister naar alles. Logisch, bij mijn ouders was er altijd muziek. Twee van mijn broers spelen in een orkest. Bij klassieke muziek hoor ik het liefst barok. Onlangs heb ik via het internet een cd met liedjes van bekende crooners gekocht. Daar hebben ze me thuis ferm mee uitgelachen.”

Sport: “Ik probeer tweemaal per week te joggen. Ik heb ook meegelopen in Genk Loopt. Mijn vrouw liep ook mee. En ja, ik was sneller.”